Tag: Coronavirus

“The only thing we have to fear is fear itself” -waanzin?-

Knuffelen op anderhalve meter

Afgelopen weekend kon ik voor het eerst de moeder van een vriendin, verblijvende in een verpleeghuis – met de nodige restricties – even bezoeken. In de hal ligt een intekenlijst, hierop vermeld je je naam, je telefoonnummer en de kamer van de persoon die je gaat bezoeken. Bij het verlaten van het pand (vóór 17.00 uur) zet je weer je handtekening. Dit alles om je bij een onverhoopte besmetting met COVID-19 snel te kunnen traceren en vervolgen.

Aankomende bij het verpleeghuis, mooi gelegen in een oude wijk in Voorschoten, zag ik een bewoner van het verpleeghuis afscheid nemen van een bezoeker. Aan het leeftijdverschil te zien meende ik te concluderen dat het mogelijk om het afscheid van haar zoon ging. Zij namen afscheid met een warme omhelzing, een zogenaamde “knuffel”. Het eerste wat door mij heen schoot was: “Wat doen ze nú?!” Toen pas schrok ik van mijzelf…

Dus ik was geschokt dat er in het openbaar geknuffeld werd en wel tussen een wat breekbaar aandoende bejaarde vrouw en een jongere man die afscheid nam….? Lieve mensen, waar zijn wij in hemelsnaam mee bezig? Meer lezen…

Anderhalve-meter-samenleving; Kleren van de Keizer?

“De kleren van de keizer”

Dit sprookje van Hans Christian Andersen heeft altijd nogal tot mijn verbeelding gewerkt. Voor wie het niet kent: Er was eens een keizer, een keizer die nogal ijdel was. Hij droeg de mooiste kleren, zijn kleermakers maakten alsmaar mooiere en duurdere gewaden, maar de keizer werd steeds sneller verveeld. Op een moment beval hij zijn kleermakers een gewaad te maken van een “stof die niet bestaat”.

Rondreizende kleermakers die wel wat in dit gat in de markt zagen kwamen aan het hof en vertelden aan de keizer dat zij een uniek en nog nooit vertoond kledingstuk konden maken, van een stof die alleen zichtbaar is voor heel slimme mensen. Zowel de keizer als zijn onderdanen durfden niet te zeggen dat ze het gewaad niet zagen, dan zouden ze immers voor dom aangezien worden. Zijn onderdanen riepen dat het gewaad hem prachtig stond en iedereen ging er in geloven. Pas toen een kind in het volk onbevangen riep dat de keizer in zijn blootje liep, zag de keizer het bedrog in. Toen waren de kleermakers inmiddels alweer, fors verrijkt, gevlogen. Meer lezen…

Kruiden die virussen op afstand houden

Sint Janskruid
St Janskruid. Bron: crabchick, Fl;ickr

Als het tegen zit, moeten wij nog maanden binnen blijven. Maar dat is niets vergeleken met de bijna veertig jaar dat Friedrich Hölderlin (1770-1843) verbleef in een torenkamer. Na een ongelukkige liefde en na zijn teleurstelling in de Franse Revolutie voerde deze Duitse dichter zijn aspiraties terug tot een bescheiden ruimte. Tot het eind van zijn leven verbleef hij daar, uitkijkend op de rivier de Neckar. Vervelen deed hij zich niet want de Muze van de Dichtkunst hield hem in haar ban. Zij fluisterde hem gedichten in die tot op de dag van vandaag wereldberoemd zijn gebleven zoals Hyperions Schicksalslied. Zijn werk is zo verheven dat het een bibliomant waardig is.

Een bibliomant is een waarzegger met boeken. Hij pakt de Bijbel, Anna Karenina of een ander literair werk en bladert daar in om een antwoord te vinden op een levensvraag. Schijnbaar willekeurig bladert hij verder tot zijn oog en vinger op een regel vallen. Deze regel is een cryptische aanwijzing richting het antwoord dat je zoekt. We pakken Hölderlins werk Patmos en bladeren met het ons in de mond bestorven woord Corona op de lippen. Het boek valt open op de strofe: ”Wo Gefahr ist, wächst das Rettende auch”. Meer lezen…