L’Homme qui plantait des arbres

De man die bomen plantte is een fictief verhaal van Jean Giono uit 1953 dat hij gratis mondiaal verspreidde opdat ieder het zou lezen. Sinds zijn verschijning kreeg de hoofdpersoon, Elisard Bouffier, vele navolgers in het echte leven. Een oudere man die een verlaten, geërodeerd gebied binnentrok en een schaapherder werd, alleen als alibi om stiekem overal eikels, beukennootjes en kastanjes te planten. Later stopte hij met herderen omdat de schapen het jonge groen te lekker vonden. Tientallen jaren later zinderde alles weer van leven: beekjes ruisten, het luide gezang van vogels en het geruis van vele boomkronen. Het klimaat was zelfs zachter geworden en regenrijker. Mensen begonnen er weer vol goede moed een nieuw leven. 

Mogelijk werd Giono geïnspireerd door het verhaal van Johnny Appleseed, bijnaam van de Amerikaan John Chapman, geboren in 1774. Toen de rijke gronden zuidelijk van de grote meren en westelijk van de rivier Ohio rond 1800 vrijkwamen, was hij een van de eersten die dit gebied verkende. Als vijfentwintigjarige plantte Appleseed er zijn eerste appelbomen. Hij haalde de zaden uit de appelpersen die werden gebruikt om cider te maken en trok er met een zak op zijn rug op uit. Vervolgens plantte hij ze met hagen eromheen tegen vraatzuchtige dieren. Een halve eeuw lang doorkruiste hij alle hoeken van het gebied. Als settlers arriveerden, vonden ze er Chapmans appelbomen. Appleseed deed alles zelf. Hij leefde soms weken solitair, soms alleen met Indianen en wilde dieren als gezelschap. Deze kleine man, blootsvoets en vooral levend van planten, had een droom: een wildernis vol appelbloesems. Hij plantte er vele duizenden.

De verhalen van Appleseed en Giono vonden vele navolgers. Een voorbeeld: de Indiër Abdoel Karim schiep in 19 jaar een bos uit het niets. Hij kocht een stuk zongeblakerd land en beloofde zichzelf dat hier het bos zou komen waar hij altijd al in had willen wonen. Hij werkte op dezelfde manier als Bouffier. Negentien jaar later hoorde hij vogels zingen in de geurige atmosfeer van zijn bloeiende bos. Beekjes stroomden en water blonk in vijvers waar vroeger alleen dorre grond was. Dat water komt van de bladverliezende bomen die Karim plantte. De bomen namen water op tijdens de regentijd. ’s Zomers gaven de vallende bladeren dit af aan de aarde. De bladlaag doet het water heel geleidelijk in de grond sijpelen, waardoor de aarde alles opneemt. Terwijl de bomen hoger werden, nestelden er steeds meer vogels. Zij lieten zaden vallen en zo schoten nieuwe soorten als ebben- en sandelbomen op. Toen de begroeiing dichter werd, trokken er konijnen, mangoesten en wilde kippen heen. Karim hakte geen hout en doodde geen dieren. Sinds hij verhuisde naar de bosrand, merkt hij hoe koel en fris het er is zelfs als hete winden door de omgeving waaien. En zijn vijvers en bronnen drogen nooit uit.

En ik? Ik plantte een kerstboom. Met Driekoningen haalt iedereen hem weg. Ook ik zette hem een paar weken geleden voor zodat de vrachtwagen hem kon halen. Naast elke deur zag ik de afgedankte boom al klaar staan.  De mijne was de enige met een kluit. Tijdens de kerstperiode hadden we hem zachtzinnig behandeld. Hij  had ons beloond voor ons water; bijna al zijn naalden zaten er nog aan.

Hij hoort eigenlijk in de grond, hij moet naar het bos, ging het door me heen. Maar ik had geen zin omdat ik moe was en het regende. En de volgende dag moest ik vroeg op. Toen ik in de namiddag van die dag terug kwam, zag ik dat de ophaaldienst nog niet geweest was. Hij kon elk moment komen. Haastig haalde ik een spade. Balancerend met het gereedschap en met het hoge gevaarte fietste ik weg.

Het voelde illegaal wat ik wilde doen, want het bos is niet van mij. Of is Staatsbosbeheer van iedereen? Gezien de naam zou je dat denken, maar ook SBB is geprivatiseerd. De meute wandelaars die net aankwam toen ik afstapte, negeerde mij. Zo kon ik ongezien het bos in glippen, naar een plek verscholen achter grote hulststruiken. Ergens moest die oude kerstboom van tien jaar geleden staan. Maar ik wilde voortmaken, want als ik betrapt werd zou ik misschien een bon krijgen; een stevige discussie natuurlijk en een hoop gezeik waar ik geen zin in had.

Ik spitte en schikte hem tot hij stevig en recht stond. Een Siberische fijnspar in vol ornaat, een beetje vreemd tussen de andere bomen, maar wel springlevend en gezond. Elke dag dat de boswachter hem niet ontdekte betekende een dag winst. Toen ik onder het zand en de hars bij mijn huis aan kwam, reed juist de kerstbomenwagen voor. Op de zijkant stond: wij maken nieuwe energie. Uit de biomassacentrale, las ik er in gedachten bij.

Mijn boom is de enige spar in de straat die Kerst heeft overleefd.

Frank Flippo

Verder lezen: De man die bomen plantte; literair baken en vooruitwijzing naar een groene toekomst. Elisard Bouffier was volhardend, geduldig, bescheiden. Lees wat hij en anderen hierdoor sinds 1953 tot stand brachten.

2 reacties

  1. Mark Koops
    Mark Koops zegt:

    Wat mooi … ik wil deze boom gaan zien … en er een bordje bij plaatsen…deze boom is ”TouchedByWater”. To-be-touched-by-water betekent aangeraakt zijn door liefde … Zilvervis: ik rijd een keer langs, dan kan je me de boom aanwijzen…met een bordje erbij durft niemand ‘m meer weg te halen (toch?) … dank je wel voor het mooie stukje …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *